woensdag 3 februari 2010

Dankbaar!

Eigenlijk staan we er maar weinig bij stil. en gelukkig maar want dat betekend dat we er ook nauwelijks mee geconfronteerd worden. Toen Lennard 3.5 week te vroeg was geboren leverde dat toch wel enige paniek op. Hij zag er niet zo goed uit. En erger nog het voelde niet goed. Al snel werd duidelijk dat de hartklep naar de longader niet voldoende open ging. Een hele trits onderzoeken volgde. Maar als nel bleek dat bij voldoende controle het niet een aandoening was waar hij direct aan zou moeten worden geopereerd. Lennard was een rustige baby. Maar door zijn overgevoelige longen was hij regelmatig ziek. Longontsteking, bronchitis het lag voortdurend op de loer. Maar naast dit allesbleef ik een gevoel van onrust houden. Er was iets mis met hem. Maar niemand die het zag en iedereen vond mij een overbezorgde moeder. Hij ontwikkelde zich goed. een jaar later moesten we terug naar kindercardio in Leuven en daar was een Hollandse arts: ze flapte er luidkeels uit: heeft u nou nooit gezien dat er meer met uw kind aan de hand is? Ik was totaal uit het veld geslagen, daar zat ik na tegen alles en iedereen te hebben gezegd dat er iets aan de hand was met hem en nu werd ik ervan 'beschuldigd' dat ik niet goed opgelet had. om een lang verhaal kort te maken binnen 2 dagen zaten we bij de afdeling voor erfelijke en aangeboren afwijkingen. Er werd ons het verdict medegedeeld: Lennard heeft het syndroom van Noonan. 


Ervolgde heel wat tranen. Maar onderleiding van het ziekenhuis in Leuven en met behulp van vele kinĂ©-sessies op basis van de  kritische ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx hebben we het kunnen aanvaarden. 


We zien dat hij zich goed ontwikkeld en met zijn klepafwijking gaan we regelmatig op contrĂ´le en voorlopig hoeft daaraan niets te worden gedaan.  Momenteel is zijn lengte een beetje een discussie-punt in ons huis want we weten niet goed wat daaraan te doen. Voorlopig doen we niets maar we denken erover om toch eens een kinder-endicrinoloog op te gaan zoeken zodat we eens een goede informatie kunnen verkrijgen over het evt gebruik van groeihormonen als hij daar aan toe mocht zijn of komen. Toen hij 1 jaar was was er zoveel twijfel en onrust over de gezondheid van hem en zie nu eens wat een parchtige vent het al wordt. We hebben ons veel meer zorgen gemaakt dan ooit nodig was! En daarvoor ben ik dankbaar!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen